
Lieve, lange, hartelijke, goede, niet-op-smsjes-antwoordende, gezellige, vrolijke, sfeermakende, leuke Daan. Wat ken ik jou toch lang.
Daan, jij bent samen met Zono mijn oudste vriend. Dat is ook niet zo raar, want nog voordat wij een heel jaar op deze wereld stonden waren we al vrienden. Wij kennen elkaar al 19 jaar. En dat komt allemaal omdat wij samen op de crèche zaten.
Uit die tijd bestaat er nog een film. Op de film is te zien hoe Daan en Zono rondjes rennen om een tafel. Ik zit gedurende de hele film onder de tafel. Hoe wij daar dan ook precies vrienden zijn geworden is mij nog steeds een raadsel. Wie wordt er nou vrienden met een jongetje dat de hele tijd onder de tafel zit? Maar toch zijn we dat wel geworden. En crèche ‘de kleine gast’ was voor ons het begin van een lange en prachtige vriendschap.
Bij deze vriendschap horen zoals bij elke lange vriendschap vele mooie verhalen, die ik helaas hier niet allemaal kan vertellen. Zo zal ik hier bijvoorbeeld niet kunnen vertellen hoe wij bijna het huis in de fik staken bij ons Backstreet Boys playbackconcert, hoe we op Vlieland bijna in onze broek plasten van het lachen om de slechte kookkunsten van mijn vader of hoe Daan, in de volle overtuiging dat ik niets liever wilde, een keer probeerde mij een hele avond lang aan een meisje te koppelen en daar ook nog in slaagde, om er vervolgens achter te komen dat hij mij daar allerminst gelukkig mee maakte, waarop het meisje ons niet bestaande spelletje dacht te doorzien en boos wegliep. Ze praat nog steeds niet met me.
Toch is er uit al die verhalen nog wel één verhaal dat ik graag zou vertellen en dat gaat over de keer dat Daan, Zono, Xander en ik samen in Kudelstaart waren. Na een ontzettend gezellige avond daar met zijn vieren, ontstond er in de vroege uurtjes een emotionele en heftige discussie. Daan en Zono, beiden gefrustreerd door het niet kunnen overtuigen van de ander, probeerden met steeds sterkere en hardere argumenten hun doel te bereiken. De spanning liep zo hoog op, dat we ze zo ongeveer uit elkaar moesten houden omdat er anders klappen waren gevallen en Daan liep naar buiten. Nog geen kwartier later stonden Daan, Zono en ik alweer in een innige omhelzing op de steiger, ons afvragend hoe we ooit zo stom konden zijn geweest.
En dat is volgens mij de essentie van onze vriendschap. We konden ruzie hebben, schelden, elkaar haten maar aan het eind van de dag was onze vriendschapsband zo sterk, dat we daar altijd op konden terugvallen.
Lieve, lange, hartelijke, goede, niet-op-smsjes-antwoordende, gezellige, vrolijke, sfeermakende, leuke Daan. Met je vrolijke verschijning en je altijd aanwezige gezelligheid leef je altijd in ons hart voort. En hoe ongelofelijk vaak zullen wij nog denken, ‘oh, was Daan hier maar bij geweest. ’ Toch zal je er op een bepaalde manier ook altijd bij zijn, zij het niet in fysieke verschijningsvorm, maar in ons. Dat is de erfenis van onze lange, ongeëvenaarde en prachtige vriendschap.
En Daantje, ik beloof je, Zono en ik gaan je zo ontzettend missen nu je er niet meer bent, maar ons driemanschap, onze vriendschap, is. Onze vriendschap blijft.