Daan Brühl

Introductie

Volkskrant

VIVA

Roeien

SamenRAAPsel

Het enigma Dirk Uittenbogaard

Denken in kleine stapjes

VK interview Dirk Uittenbogaard

NLroei Herdenking Daan 2020

Olympische Spelen 2020/2021

SamenRAAPsel, personeelsblad van RAAP Archeologisch Advies B.V.


Column van Nico Stikker, oud-collega van Karin, in 2008 verhuisd naar Barcelona.

Bang

Er komt niet zoveel slecht nieuws deze kant op. Het lijkt met de meeste van onze vrienden wel goed te gaan, of toch tenminste niet slecht. En mijn ouders zijn weliswaar op leeftijd (dat heeft zo zijn eigen onrustige plekje ergens in mijn achterhoofd), maar ook zij zien toch telkens weer kans het vliegtuig deze kant op te nemen. Dus vooralsnog, nou ja, gaat het.

Maar als slecht nieuws dan toch arriveert, dan overheerst de machteloosheid. Toen mijn beste vriend in zijn laatste, definitieve huwelijkscrisis terechtkwam, kon ik niet meer voor hem doen dan over de telefoon luisteren naar zijn verhaal. Zelfs het potje dat ik hier op het plein heb zitten grienen, luchtte hooguit mij op. Hij schoot er niets mee op, wist er zelfs niet van. We zaten gewoon te ver bij elkaar vandaan en de kosten voor een vlucht en het geregel eromheen (opvang kinderen enz.) zijn net zodanig dat je niet voor alles zo maar heen en weer kan.

Een maand geleden echter zat ik wel in het vliegtuig. Met een brok in mijn keel en een telkens oplaaiend verdriet (ook weer terwijl ik dit schrijf). Want het verlies van je kind hoor je als ouder niet mee te maken. Er is niets ergers. Niets ergers. Sinds Grace (die ook maar toevallig in Weesp langskwam) me belde met het slechte nieuws over de dood van Karin’s zoon Daan, ben ik er dagen overstuur van geweest. Als je eenmaal zelf kinderen hebt komt al het leed en speciaal dat waar kinderen bij betrokken zijn extra hard aan. De begrafenis was, voor zover je daarvan kan spreken, prachtig. De tocht naar de begraafplaats, de fietsers langs de kant, de bootjes in het water, de roeiers voorop. Het regende bij vlagen pijpenstelen, maar het was soms ook even weldadig droog en dat paste eigenlijk goed bij het verdriet en de berusting die bij dit soort situaties in ritmische golven over de bezoekers spoelen. Ik ben erg blij dat ik gegaan ben. Je voelt je nog steeds machteloos, maar het delen van het verdriet met Karin en haar gezin maakt het in ieder geval voor mij hanteerbaarder.

Terug in Spanje ging het leven al snel gewoon door en na 3 dagen voelde Nederland erg ver weg. We hingen wat rond in de huiskamer en Silvain (in adamskostuum) legde enthousiast uit waarom een piemel zo leuk is: ‘Kijk, mama, er zijn 4 redenen…’ Afijn, ik zal je de details besparen, maar eentje ervan was dat je er een propeller van kon maken, hetgeen hij vervolgens met verrassend echt motorgeluid, rennend door de kamer demonstreerde. We lagen onder de bank van het lachen en terwijl de tranen over mijn wangen biggelden, sloeg ineens het besef als een moker toe, dat Karin met haar familie wellicht op precies datzelfde moment thuis op de bank zat. En ik keek naar de mannetjes en al die vrolijkheid en ineens was dat allemaal zo teer, zo kwetsbaar. Karin had me bij het afscheid na de begrafenis als opdracht meegegeven toch vooral zoveel als mogelijk van mijn kinderen te genieten en ik neem dat ter harte. Maar het valt me soms zwaar een gevoel van geluk lang vast te houden.

Hoewel je je kinderen voor alle gevaren zou willen behoeden, moeten ze die ook tegenkomen. Bijna dagelijks merk je hoe je aandacht voor hun veiligheid verslapt of misschien liever hoe je ze loslaat, ze vrijlaat. Hoe je ze inderdaad hun eigen gevaren laat beleven. Ineens staan ze met ovenwanten aan en twee zelf gezette, gloeiendhete koppen koffie 's ochtends naast je bed. Ik laat ze regelmatig even alleen thuis, als ik een boodschap moet doen. Op de camping banjeren ze rond, gaan ze 's ochtends croissantjes voor ons halen. En als de campingwinkel ze niet heeft, dan gaan ze net zo makkelijk naar het bakkertje in het dorp. Zes en acht jaar, ze worden zo snel groot, ze lijken ook al zo groot, maar wat is het nou helemaal? Dat merkten we pas weer goed toen we Eloy op de camping moesten vertellen dat we Apoe al 2 dagen niet gezien hadden en hem nergens meer konden vinden. Opperknuffel Apoe was al vaker weg geweest, maar altijd dook hij weer ergens op, onder de bank, in een zelden gebruikte rugzak, in een mand met 3 ton speelgoed op zijn kop. Maar dit keer voelde het verkeerd. Eloy keerde, net als wij voor hem, de auto volledig binnenstebuiten, De vorige camping werd gebeld, de parkeergarage waar hij uit de auto moet zijn gevallen, het leverde allemaal niets op. We hebben samen zitten huilen, ik met slecht ingehouden snikken en hij met die lange uithalen, met verdriet dat uit zijn tenen kwam. En ineens weer dat besef, als we een knuffelaap al niet eens kunnen beschermen...