Daan Brühl

Introductie

Volkskrant

VIVA

Roeien

SamenRAAPsel

Het enigma Dirk Uittenbogaard

Denken in kleine stapjes

Het enigma Dirk Uittenbogaard, op NLroei 30-01-2013




NLroei

Het enigma Dirk Uittenbogaard

woensdag 30 januari 2013 

 

Dirk Uittenbogaard

Hij is een van de grotere talenten in het Nederlandse roeien, Dirk Uittenbogaard. Als junior al goed, als senioren-B beter, en zijn beste jaren moeten hopelijk nog komen. De Olympische Spelen van Rio de Janeiro: daar moet het gaan gebeuren. Maar je zal het de 22-jarige Amsterdammer niet van de daken horen roepen. Hij is niet zo’n schreeuwer. Wel een eigenzinnige jongen. En die twee eigenschappen maakt hem tot een enigma, iemand die moeilijk te peilen is. Want wat kunnen we de komende jaren verwachten van Uittenbogaard, op zijn 21e al tweevoudig Varsity-winnaar en vorig jaar Nederlands kampioen in de skiff? “We gaan het zien”, glimlacht de hoofdpersoon zelf.

Uittenbogaard begon met roeien bij een van de meest obscure roeiverenigingen van Nederland: De Drietand. Een van de weinige officiële schoolroeiverenigingen die ons land rijk is. Roeien was een buitenschoolse activiteit waar roeiers op hun vrije vrijdagmiddag terecht konden, maar het stelde niet bijzonder veel voor. Een leraar hield toezicht terwijl de leerlingen een beetje heen en weer peddelden. “We roeiden elke vrijdagmiddag een beetje op en neer. Als we 350 meter haalden was het al veel”, vertelt Uittenbogaard. Het was meer ontspanning dan inspanning. Maar de betrokken leraar, Laurens Vollenbronck, had al wel snel door dat die lange, slungelige voetballer wel eens talent zou kunnen hebben. En dus nam hij contact op Willem 3 – of de burgerroeivereniging aan de Jan Vroegopsingel niet interesse had. En Uittenbogaard? Die vond het maar niks dat zijn voetbalvereniging hem verbood om te roeien. Dan maar niet achter die bal aanrennen.

Vanaf het moment dat hij bij Willem 3 aankomt gaat het snel met Uittenbogaard. Hij komt al na een half jaar bij de bondsselectie en mag de zomer daarna naar de Coupe de la Jeunesse. In 2007 lonkt ook het junioren WK. Het toernooi werd dat jaar georganiseerd op een exotische bestemming: Peking. Voor een jongen die net zeventien jaar is geworden een hele reis. Uittenbogaard nam alles dan ook erg serieus. Zo serieus dat hij voorafgaand aan de vlucht zijn horloge al op China-tijd zette en vastbesloten was om zijn eet- en slaapritme al aan boord aan te passen. “Ik zat met een oogkapje op in mijn stoel toen ze eten kwamen brengen. Dat heb ik toen geweigerd, aangezien het in China geen etenstijd was.”

De anekdote typeert Uittenbogaard. Hij heeft een bijzonder gevoel voor plichtsbesef, is perfectionistisch ingesteld, maar zijn eigenzinnigheid doet hem af en toe ook bijzondere beslissingen nemen. Zoals het weigeren van eten op een lange vlucht naar China. Zoals zijn plotselinge openhartigheid: als hij iets kwijt wil, dan zal hij niet wachten dat te zeggen. Lang niet elke coach zal tot hem door kunnen dringen. Uittenbogaard heeft – voor zichzelf – hele concrete ideeën over roeien en laat zich niet zomaar vertellen dat iets anders moet. Het is een trekje dat veel absolute toproeiers hebben: niet klakkeloos iets aannemen, maar eerst koppelen aan de eigen ervaringen. Of het vertelde klopt bij wat het gevoel voorschrijft. Vaak helpt die kritische houding in de analyse, soms is het ook een rem.

Uittenbogaard is een gevoelsroeier. Maar hij is tegelijkertijd niet iemand die zijn emoties snel zal tonen. Vorig jaar, toen hij Nederlands kampioen werd, was er geen brul van extase, geen uitzinnige vreugdekreet of borstklopperij. De winst werd bescheiden gevierd. Een kleine gebalde vuist, meer niet. Achteraf, terwijl hij op de tribune de rest van de wedstrijden bekeek, biechtte hij de oorzaak van zijn ingetogenheid op: in gedachten was Uittenbogaard bij Daan Brühl geweest, zijn maatje die nog geen jaar eerder op ongelukkige wijze een einde aan zijn leven had gemaakt. Nog altijd denkt hij er vaak aan. Het is voor hem een eeuwig litteken op zijn hart waarvan hij zal moeten accepteren dat het er is. “Daan was als een broer voor me”, zegt Uittenbogaard nu. “Soms je beste vriend, en andere momenten heb je ruzie. Dat hoort erbij. Die zomer hadden we ook wat onenigheid gehad. Ik dacht dat we nog de tijd zouden krijgen om het weer goed te maken. Maar dat is dus niet gelukt.”

Op de begrafenis van Brühl belooft Uittenbogaard dat hij voor zijn maatje naar Rio de Janeiro zal gaan om goud te winnen. Het was hun droom. En hij zal die droom voor hen allebei verwezenlijken. Vandaag de dag heeft Uittenbogaard een beetje spijt van die uitspraak. Hij vindt het te pretentieus klinken, al zal hij dat woord zelf niet in de mond nemen. Maar is het echt zo erg om een gezamenlijke droom, de olympische gouden medaille, te blijven najagen, om daar hardop voor uit te durven komen? Een dergelijke belofte doen, zeker op dat moment, is niet iets om je voor te schamen. En bovendien: juist de gevoelsroeier Dirk Uittenbogaard heeft het tot nog toe ver geschopt. Emotie en betrokkenheid zijn een deel van zijn kracht.

Natuurlijk is hij in de wereld van de grote mensen nog een jonkie. Op het trainingskamp van de equipe in Avis, waar hij nu verblijft, zit hij tussen roeiers en roeisters die al een of meerdere Olympische Spelen hebben meegemaakt. En hij, een 22-jarige wat tegendraadse skiffeur, zit daar dan tussen. Nog zonder wereldbekersucces, WK-medailles of olympische plakken achter zijn naam. Natuurlijk kan hij qua vermogen nog niet tippen aan Roel Braas – zijn 5:59,2 verbleekt ietwat bij de 5:43,1 van laatstgenoemde. Natuurlijk slingert hij nog niet dezelfde gewichten in het rond als zijn grote rivaal in de eenmansboot. Maar waar een wil is, is een weg. En als er geen weg is, dan baant Uittenbogaard die zelf wel. Daar is hij eigenzinnig genoeg voor.